Beroep tegen vergunningen voor Aramis-initiatief 

Tegen het projectbesluit en twaalf gelijktijdig op 24 april 2025 gepubliceerde uitvoeringsbesluiten (fase 1 en 2) voor het Aramis-initiatief is door één partij beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.   

Bij een project van deze omvang is het niet ongebruikelijk dat er beroep wordt ingediend. De partijen in het Aramis-initiatief respecteren uiteraard het recht op beroep als onderdeel van een zorgvuldig juridisch proces en hebben vertrouwen in de grondigheid waarmee het vergunningentraject is doorlopen.    

Een beroepsprocedure bij de Raad van State heeft een zekere doorlooptijd. Gezien deze doorlooptijd en de noodzakelijke periode na uitspraak om te komen tot een definitief investeringsbesluit (FID), verschuift de datum voor FID mogelijk naar 2027. Om dit te voorkomen is een tijdige uitspraak in de eerste helft van 2026 van essentieel belang.

Het Aramis-initiatief werkt aan infrastructuur om CO2 die door de industrie wordt afgevangen, op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee. Het project maakt de opslag mogelijk van zo’n 22 miljoen ton CO2 per jaar en is noodzakelijk voor het behalen van de Nederlandse en Europese klimaatdoelstellingen en verantwoord behoud van de industrie.  

Het Aramis-initiatief bestaat uit de volgende onderdelen: 

  • Een terminal op de Maasvlakte voor vloeibare CO2, aangeleverd via schepen (CO2next) 
  • Een CO2-compressorstation uitbreiding op de Maasvlakte (onderdeel van Porthos).    
  • Een zeeleiding vanaf de Maasvlakte naar een distributieplatform op zee (Aramis-project).   
  • Platforms op zee voor de opslag van CO2 in lege gasvelden (Shell, TotalEnergies en Eni). 

De betrokken partijen blijven onverminderd gecommitteerd aan de doelstellingen van het Aramis-initiatief en aan de samenwerking binnen de keten om deze doelstellingen op zorgvuldige wijze te realiseren.